
Tot voor kort was het moeilijk om door onderzoek vast te stellen of men bij een patiënt te maken heeft met de primaire (familiaire) vorm of de secundaire vorm van HLH. Echter thans is er in ±50% van de primaire HLH-gevallen een bekend gen-defect aan te tonen.
Daarnaast wijst een zeer jong kind (baby) waarin HLH zich manifesteert in de richting van de primaire vorm, dus FHLH of FHL. Deze vorm treedt zelden op na het 6e levensjaar.
Soms - lang niet altijd - kunnen gesprekken met de arts over de medische geschiedenis in een familie en over het verloop van ziekten en infecties bij de patiënt aanwijzingen opleveren. Als in het gezin broertjes of zusjes de ziekte ook hebben, dan is dat een aanwijzing voor de familiaire vorm. Ook moet men er rekening mee houden, dat er sprake kan zijn van de familiaire vorm, terwijl de ziekte is ontstaan onder invloed van een virus.
Het niet weten aan welke vorm van de ziekte het kind lijdt draagt bij aan het gevoel van onmacht bij ouders zowel als artsen.